Previous Article Next Article Gebedsavond 1 augustus 2019 : teksten van Thérèse van Lisieux en Edith Stein
Posted in Gebed

Gebedsavond 1 augustus 2019 : teksten van Thérèse van Lisieux en Edith Stein

Gebedsavond 1 augustus 2019 : teksten van Thérèse van Lisieux en Edith Stein Posted on 1 augustus 2019

Teksten van de Karmelitaanse gebedsavond van 1 augustus 2019 

Onze God is een God die verlost,
De Heer onze God ontrukt aan de dood.

De avond voor Zijn lijden heeft Jezus in de hof van Olijven uren van doodstrijd doorstaan omwille van ons. Wij mogen een uur bij Hem waken uit dankbaarheid voor wat Hij voor ons deed en in verbondenheid met mensen die het in deze dagen moeilijk hebben. Voor de aanbidding laten we ons helpen door enkele teksten van Edith Stein die wij volgende week vieren. In het vooruitzicht op het hoogfeest van O.L.Vrouw willen wij eerst de → glorierijke geheimen overwegen.

Thérèse van Lisieux

Om haar kleine weg uit te leggen gebruikt de heilige Thérèse o.a. het beeld van het bloemen strooien, zoals zij als kind deed bij de Sacramentsprocessies en in het klooster gooide zij bloemblaadjes naar het kruis in het midden van de tuin. We lezen uit Manuscript B:

De kerk is een koningin, ze is uw bruid, o goddelijke Koning der Koningen. Het hart van uw kind vraagt niet om rijkdom of glorie, zelfs niet die van de hemel. Uw kind begrijpt dat de glorie toekomt aan haar broers: de engelen en heiligen. Zijn eigen glorie zal de weerspiegeling zijn van de glorie die afstraalt van het gelaat van zijn Moeder. Het kind vraagt om liefde. Het wil maar één ding: U liefhebben, o Jezus. Glansrijke daden zijn niet aan hem besteed. Het kan het evangelie niet verkondigen of zijn bloed vergieten. Maar wat geeft dat: zijn broers werken immers in zijn plaats en het kleine kind blijft vlak bij de troon van de Koning en de Koningin en heeft lief voor zijn broers die strijden. Maar hoe moet het zijn liefde betuigen aangezien liefde zich alleen door daden bewijst? Het kleine kind zal bloemen strooien, het zal de koninklijke troon doen geuren van zijn balsems. Het zal met zijn helder klinkende stem het loflied op de Liefde zingen. Ja, mijn Welbeminde, op die manier zal mijn leven opbranden. Ik heb geen ander middel om U mijn liefde te bewijzen dan door bloemen te strooien. Dat wil zeggen dat ik geen enkel offertje, geen enkele blik of woord voorbij laat gaan; ik wil van al die kleine dingen profiteren en die verrichten uit liefde. Uit liefde wil ik lijden en met liefde ook genieten. Zo zal ik bloemen strooien voor uw troon. Ieder bloem die ik vind, zal ik voor u ontbladeren. En terwijl ik bloemen strooi, zal ik zingen (want hoe kun je wenen als je zoiets vrolijks doet). Zelfs als ik mijn bloemen te midden van doornen moet plukken zal ik nog zingen. Mijn zang zal des te melodieuzer zijn naarmate de doornen langer zijn en meer prikken. Wat zal je doen met die bloemen en zang van mij, Jezus? Ik weet het wel; die geurende bloemenregen, die kwetsbare bloemblaadjes die geen enkele waarde hebben, die liefdesmelodieën van het kleinste van alle harten, bekoren Uw Hart. Al die niemendalletjes doen U plezier. De triomferende kerk zal er om glimlachen en zal mijn uit liefde ontbladerde bloemen aannemen en ze door uw goddelijke handen laten gaan, o Jezus. De Kerk in de hemel wil samen met uw kleine kind wat spelen en zal die bloemen, die door uw aanraking een oneindige waarde hebben gekregen, op haar beurt uitstrooien over de lijdende Kerk om haar vlammen te doven, en over de strijdende Kerk om haar de overwinning te laten behalen.

Mijn Jezus, ik heb u lief! Ik heb ook de Kerk, mijn Moeder, lief. Ik herinner mij dat de kleinste beweging van zuivere liefde haar meer van nut is dan alle andere daden bij elkaar. Maar is die zuivere liefde wel in mijn hart? (…) Hoe kan een ziel die zo onvolmaakt is als de mijne, ernaar verlangen de volheid van de liefde te bezitten? O Jezus, mijn eerste en enige Vriend, U die ik als Enige liefheb, zeg mij, wat is toch dat geheim? Waarom heb je die immens grote verlangens niet voorbehouden aan de grote zielen, aan de adelaars die heel hoog zweven? Ik beschouw mijzelf als een klein zwak vogeltje, met een maar heel dun verenpak, ik ben geen adelaar. Ik bezit alleen de ogen en het hart van een adelaar, want ondanks mijn enorme kleinheid durf ik mij te laten boeien door de goddelijke Zon, de Zon van Liefde en mijn hart voelt alle verlangens die een adelaar voelt.

 

Edith Stein

Het hart van de Drie-eenheid klopt voor ons in het tabernakel waar U verborgen woont zo mysterieus in die kleine witte hostie doordrongen van stilte. Met vreugde ziet U mij er heel dichtbij komen. Uw blik vol liefde laat U versmelten in de mijne en U neigt uw oor naar mijn zacht spreken. U vervult de diepte van mijn hart met uw vrede. En toch kan uw liefde niet tevreden zijn met die uitwisseling die ons nog gescheiden houdt, het verlangen van uw Hart vraagt om meer. U komt als voedsel voor mij, iedere dag en uw Lichaam en uw Bloed zijn voor mij wijn en feestmaal. Een verbazingwekkend wonder dat U daar vervult. Uw Lichaam doordringt mysterieus het mijne en ook uw Ziel komt zich met de mijne verenigen. Ik ben dan niet meer wat ik tevoren was.

U toont ons de enige weg naar de liefde: het vertrouwen, de overgave, de dankbaarheid van een kind. U hebt dorst naar onze liefde, naar ons hart, ons verlangen, ons gehele zijn. Mochten wij ons helemaal aan U kunnen geven, zoals U zich helemaal geeft aan ons. Maak ons hart open voor uw dorst, voor uw verlangen, voor de tederheid van uw oneindige liefde. Laat uw liefde al onze angst overwinnen. Schenk ons het hart van een kind, het hart van een bruid, om ons te laten liefhebben door U.

Heer, laat mij blind de wegen gaan die de uwe zijn. Ik wil uw leiding niet verstaan, ik ben uw kind, zo klein. U bent God, mijn Vader, Vader van de wijsheid. Al voert mijn weg ook door de nacht, U brengt mij nader in uw nabijheid. Heer, laat geschieden wat U wilt, ik ben bereid; ook als U nooit mijn verlangen stilt, in deze tijd. Want U bent Heer, ook van de tijd; het wanneer behoort alleen aan U. O schenk me eens het eeuwig nu. Doe alles zoals U het bedenkt, in uw liefdevol verlossingsplan. En als U stil ten offer wenkt, maak dan, Heer, dat ik het kan. (Leer mij nooit meer toe te geven, aan dat kleine ik van mij. Dat ik enkel nog mag leven, stervend aan mijn ik voorbij.)

 

Rozenkrans: Glorierijke geheimen

1ste Glorierijk geheim: Jezus verrijst uit de doden: Doorheen de muren komt Hij de verblijfplaats van de leerlingen binnen, toont Zijn handen en zegt: Vrede zij U. Hij geneest de wonden van hun hart en herstelt de pijn van hun goede Vrijdag. Bidden wij voor mensen die opgesloten zitten in zichzelf, in de pijn die hen is aangedaan, in onmacht, angst en verdriet.

2de Glorierijk geheim: Jezus stijgt op naar de hemel: naar zijn Vader en onze Vader. Als een medelijdend en trouw hogepriester behartigt Hij onze belangen bij God om voor ons genade te bekomen, barmhartigheid en tijdige hulp. We mogen elkaar dragen in dit geloof en in onderlinge liefde.

3de Glorierijk geheim: De heilige Geest daalt neer op de apostelen: Jezus had gezegd: ‘Het is goed voor u dat Ik heenga, anders kan de Helper niet komen. Blijft in de stad totdat je zal zijn toegerust met kracht uit den hoge’. Bange apostelen worden dappere verkondigers, die niet meer leven voor zichzelf, maar voor de Heer en die in staat zijn meer gehoor te geven aan God dan aan mensen. Vragen wij aan Maria de genade dat wij ons in alles zouden laten leiden door de heilige Geest.

4de Glorierijk geheim: Maria wordt met ziel en lichaam opgenomen in de hemel: Nu reeds mag zij delen in de verrijzenis van haar Zoon. Ook wij mogen toeleven naar het moment waarop wij zullen opgenomen worden in de hemel, wetend dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid waarvan ons de openbaring te wachten staat. Bidden wij om bevrijding en verlossing voor mensen die leven in verdrukking.

5de Glorierijk geheim: Maria wordt gekroond in de hemel: Wie zichzelf vernedert zal verheven worden. God doet grote dingen aan kleine mensen. We kunnen bidden om genade van bevrijding voor mensen die gevangen zitten in de boeien van het kwaad.

 

Karmelitaanse gebedsavond 3 oktober 2019