Previous Article Next Article Gebedsavond 12 september 2019 : teksten van Anna van de Engelen en Thérèse van Lisieux
Posted in Gebed

Gebedsavond 12 september 2019 : teksten van Anna van de Engelen en Thérèse van Lisieux

Gebedsavond 12 september 2019 : teksten van Anna van de Engelen en Thérèse van Lisieux Posted on 12 september 2019

Teksten van de Karmelitaanse gebedsavond van 12 september 2019 

De leerlingen bleven eensgezind volharden in het gebed, samen met Maria, de Moeder van Jezus +

Ging het uw krachten te boven 1 uur met mij te waken? De apostelen slapen terwijl Jezus in doodstrijd bidt. Ze zijn nog zozeer op zichzelf besloten dat hun band met Jezus niet hecht genoeg is om mee te voelen met zijn liefde en zijn pijn. Blijft hier en waakt met mij. Wij overwegen de → droevige geheimen in het vooruitzicht van het feest van de Kruisverheffing, zaterdag.

 

Anna van de Engelen

Anna van de Engelen, Franse karmelietes, eerbiedwaardig. 17de eeuw. Zij was een aantal jaren priorin te Amiens.

Laten wij ons geloof wakker maken: laten wij vast geloven wat wij niet zien en op een dag zullen we zien wat we hebben geloofd. Op de hoop volgt het bezit van God en op het geloof het zien van God. Door de genade van Christus mogen we ons gevestigd weten in geloof en hoop en ons geroepen weten tot het zien en het bezitten van God. Laten we naar onze eeuwigheid toeleven met een gelukkig makend ongeduld. Moge onze geest zich bezighouden met het beschouwen van God, moge ons hart Hem beminnen, onze stem Hem loven en dit met des te meer ijver naargelang het aantal mensen die dit niet doen toeneemt. Indien God niet bemind wordt en geprezen door alle mensen zoals Hij dit waardig is, laten wij dan proberen Hem tegemoet te komen en zo te handelen dat Hij in de vurigheid van onze liefde en ons gebed alle heerlijkheid en alle lof mag vinden die Hij zou ontvangen van alle mensen indien zij zich trouw toelegden op wat zij aan hun Schepper verschuldigd zijn. Daarom moet alles wat in ons is de Heer loven. Laten wij Hem het offer aanbieden van een voortdurende lofprijzing door het volkomen voorbijzien aan onszelf, door het verzaken aan eigen inzichten, door het bestrijden van sommige neigingen van ons hart, en door de versterving van onze begeerten. Zo zal er niets meer in ons zijn dat onze God niet looft en eert.

Vóór de menswording van het Woord waren er mensen en engelen die God loofden; maar nu vervult een God-mens deze dienst. Het is enkel door deze Goddelijke Aanbidder dat wij God waardig kunnen loven en aanbidden. Het is door de uitstorting van Zijn genade, door de mededeling van Zijn geest en door de vereniging met Hem dat wij deze grote dienst aan God kunnen verrichten op een wijze die God waardig is. Want indien wij door de liefde verenigd zijn met Christus en bezield door Zijn geest, is Hij het die handelt, die looft, die lijdt en die heerst in ons: Hij is het die ons doet bidden, die bidt in ons en bidt met ons. We moeten ons dus verenigen met Hem door de liefde, Hij is de lofzang en het gebed van heel de kerk; een ziel die van harte instemt met heel de lofprijzing die Jezus God aanbiedt, doet veel meer dan dat zijzelf zou willen bidden en met haar eigen geest God zou loven. Men kan zelfs zeggen dat door zich met Jezus te verenigen in liefde en geloof, een ziel in zekere zin even ruim wordt als de ziel en de geest van Christus die bidt in gans de kerk; en dat men door het bekennen van eigen onbekwaamheid om God te loven en door het zich verliezen in Christus, aan God alles zegt wat Jezus Hem zegt en ook alles wat de kerk zegt in Hem en door Hem.

Uit de gedichten van Thérèse

1. U die het hart van de moeders hebt geschapen, ik vind U de tederste van alle vaders. Jezus, mijn enige liefde, voor mij is uw hart helemaal moederlijk. Op elk moment volgt u mij, behoed u mij. Als ik U roep, talmt u nooit. En wanneer U zich voor mij schijnt te verbergen, dan bent U het nog die mij helpt om U te zoeken. Het is aan U alleen, Jezus, dat ik mij hecht. Het is in uw armen dat ik vlucht en mij verberg. Ik wil U beminnen als een klein kind, maar ook voor U strijden als een dapper krijger. Als een kind wil ik U overladen met mijn liefkozingen en als een soldaat werp ik mij voor U in de strijd.

2. Het is Uw Hart dat mij onschuldig verklaart en mij in die onschuld bewaart. U zal mijn vertrouwen nooit beschamen. Wanneer het stormt in mijn hart, dan richt ik mijn ogen, Jezus, op U. En in uw ogen vol mededogen lees ik: ‘mijn kind, de hemel heb Ik geschapen alleen voor U’. Dit besef ik goed, Heer, dat mijn zuchten en mijn wenen uw Hart raken. Hoewel serafijnen in de hemel U omringen, bedelt U om mijn liefde. U wil mijn hart, Jezus, ik geef het U. Al mijn verlangens vertrouw ik U toe. En hen die ik liefheb, o mijn Bruidegom en Koning, wil ik enkel nog beminnen uit liefde voor U.

3. Er is een vreugde die nooit voorbijgaat, die mij toelacht, elke dag. Die vreugde maakt mij diep gelukkig. Zij bestaat erin het lijden lief te hebben, ik glimlach terwijl ik ween. Ik aanvaard met dankbaarheid de rozen, ook al doen de doornen mij pijn. Wanneer de blauwe hemel zich voor mijn oog verbergt, is het mijn vreugde in de schaduw te blijven, mij te verbergen, mij klein te maken. Uw heilige wil, O Jezus, mijn enige Liefde, dat is mijn vreugde. Daarom ben ik nooit bang, ik hou evenveel van de nacht als van de dag.

4. Mijn vreugde bestaat erin om klein te blijven, ook als ik val onderweg. Dan kan ik mij vlug weer oprichten en U, Jezus, neemt mij bij de hand. Dan overlaad ik U met liefkozingen en zeg U dat U alles voor mij bent, ook als U zich voor mijn geloof verbergt. ( Als ik soms tranen stort is het mijn vreugde die goed te verbergen. Och, het lijden heeft zijn eigen charmes, wanneer men ze met bloemen kan versluieren!) Ik wil lijden zonder er over te spreken opdat U getroost zou zijn. Mijn vreugde bestaat erin onophoudend te strijden om uitverkorenen te verwekken voor Uw Liefde. Trek mij in de brand van uw liefde, maak mij zo innig één met U dat U nog slechts leeft en handelt in mij.

Rozenkrans: Droevige geheimen

1ste Droevige geheim: Jezus bidt in doorstrijd tot zijn Vader: In de hof van olijven doorstaat Jezus doodsangsten. Zijn zweet wordt bloed. In het meest verborgene van zijn ziel lijdt hij nog meer dan de fysieke pijn die Hem zal worden aangedaan. Jezus ziet zichzelf beladen met de schuld van allen en voelt zich geheel alleen, ook verlaten door zijn eigen leerlingen. De troost van een engel was nodig. Laten wij de Heer troosten met onze aanwezigheid.

2de Droevige geheim: Jezus wordt gegeseld: Hij wordt van zijn kleren ontdaan en de soldaten gaan tegen Hem tekeer tot zij vermoeid zijn. Jezus is één open wonde geworden. Met Zijn bloed wil Hij ons bedekken, met Zijn wonden ons genezen. Zijn hartstocht stilt onze begeerten. Hij is de herder die allen tot eenheid brengt.

3de Droevige geheim: Jezus wordt met doornen gekroond: Hij wordt gehoond, bespot en geslagen. Hij zwijgt en biedt geen weerstand. Gekroond met doornen straalt Hij nog zachtheid uit: zie daar de mens. Alleen door de doornen van Zijn kroon kunnen onze zelfzucht en onze hoogmoed worden doorprikt en overwonnen.

4de Droevige geheim: Jezus draagt zijn kruis: Dochters van Jeruzalem, weent niet over mijn lijden, maar ween over uw zonden en over uw kinderen. Door het kruis te omarmen omarmt Jezus ons allen. Door zijn kruis te dragen overwint Hij ons kwaad. Zijn herhaaldelijk vallen onder het kruis maakt ons hervallen weer goed. De wonde in zijn schouder overwint ook ons verborgen kwaad.

5de Droevige geheim: Jezus sterft aan het kruis: Hij werd doorstoken om onze weerspannigheid, om onze zonden gebroken. Hij werd gestraft, ons bracht het vrede en door Zijn striemen is er voor ons genezing. Hij vraagt aan de Vader vergeving voor ons allen. Hij schenkt ons zijn Moeder. Jezus, denk aan mij, wanneer U in Uw koninkrijk gekomen zijt.

 

Karmelitaanse gebedsavond 7 november 2019