Gebedsavond 1 februari 2024 : teksten van Frère Laurent, Thérèse van Lisieux, en Titus Brandsma

Onze hulp is in de naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.
 
De Opdracht van de Heer, die we morgen vieren, is een laatste herinnering aan kerstmis en een verwijzing naar Pasen. Jezus is gekomen om de wil van de Vader te volbrengen, Hij bad: ‘Vader, niet mijn wil, maar Uw wil geschiede…’ We willen één uur waken uit dankbaarheid, omdat Hij voor ons heeft gebeden de avond voor zijn lijden. We overwegen eerst → de blijde geheimen
 
We beluisteren enkele stukken uit de geschriften van fr. Laurent, broeder karmeliet in Parijs in de 17de eeuw
(De nummering is genomen uit het boek: Licht in ons hart)
Eerst een stukje uit een onderhoud met hem:
 
20: Hij zei mij dat wij ons in Gods tegenwoordigheid moesten stellen door ons voortdurend met Hem te onderhouden. Het was zijns inziens iets heel beschamends dat gesprek met God te onderbreken om zich met beuzelarijen bezig te gaan houden. Hij vond dat wij onze ziel moesten voeden door een hoge opvatting over God te koesteren. Wij zouden daarin een groot genoegen vinden om bij God te zijn. Wij moeten ons geloof, zo zei hij, levendig maken. Hij vond het maar een droevige zaak dat wij zo weinig geloof hadden. In plaats van dat wij het geloof als uitgangspunt en gedragspatroon namen, hielden de mensen zich bezig met kleine devoties die elke dag veranderden. Maar de weg van het geloof was de geest van de kerk, en die weg achtte hij toereikend om tot een hoge volmaaktheid te koen. Hij was van mening dat wij onszelf helemaal en in een volkomen overgave aan God moesten geven, zowel voor wat de tijdelijke dingen betrof als in geestelijk opzicht. Wij moesten onze voldoening vinden in het volbrengen van Zijn wil, of dat ons nu in de narigheden bracht of tot vertroosting, dat was allemaal van evenveel waarde voor degene die zich echt aan Hem had toevertrouwd. Wij moesten trouw blijven in de toestanden van dorheid waarmee God onze liefde voor Hem op de proef stelt. Daarmee volbrengen wij juist waardevolle akten van berusting en overgave. Eén enkele daarvan doet ons vaak al flinke vorderingen maken. Wanneer hij hoorde spreken over narigheden en zonden, dan was hij, in plaats van zich daarover te verwonderen, juist verbaasd dat wij daarvan nog niet veel meer te lijden hadden, als je rekening hield met de boosaardigheid waartoe de zondige mens in staat is.

 
Nu nog enkele fragmenten uit zijn brieven
 
60: Wij kunnen de gevaren en de hinderlagen waar het leven van vervuld is niet vermijden zonder een voortdurende daadwerkelijke hulp van God. Laten wij Hem die dan ook voortdurend vragen. Hoe zouden wij die kunnen vragen zonder bij Hem te zijn? Hoe kunnen wij bij Hem zijn als wij niet vaak aan Hem denken? Hoe zullen wij vaak aan Hem denken dan enkel door daar een heilige gewoonte van te maken?
 
62: Denk nog eens terug aan wat ik u heb aanbevolen, namelijk om vaak aan God te denken, overdag, ’s nachts, bij al uw bezigheden, uw oefeningen, zelfs tijdens uw ontspanning. Hij is altijd bij u en met u samen, laat Hem niet alleen: u zou het toch ook onbeleefd vinden om een vriend alleen te laten die u zou komen opzoeken. Waarom God verlaten en Hem alléén laten zitten? Vergeet Hem dus niet! Denk vaak aan Hem, aanbid Hem onophoudelijk, leef en sterf met Hem, dat is nu juist de mooie taak van een christen. In één woord, het is ons beroep. Als wij het niet verstaan, dan moeten wij het leren. Ik zal u daarbij helpen met mijn gebed.
 
 


 

Aanbidding. Uit het gedicht van Thérèse: Rappelle-Toi

 
Herinner U, Heer, hoe U de heerlijkheid van de Vader hebt verlaten om een banneling te worden hier op aarde en ons arme zondaars vrij te kopen. O Jezus, U heeft zich vernederd door mens te worden in de maagd Maria. Uw grootheid en oneindige heerlijkheid hebt U versluierd. Herinner U, dat de schoot van Uw Moeder, Uw tweede hemel is geworden, dat U haar armen verkoos boven Uw Koninklijke troon.
 
Herinner U dat U met Uw goddelijke handen in eenzaamheid hebt gewerkt. U leefde vol toeleg in het verborgen. Met één enkel woord had U de wereld versteld kunnen doen staan, maar U verkoos om voor een gewoon iemand door te gaan. Als prediker bent U rondgetrokken, zonder iets te bezitten, geen steen voor Uw hoofd. O Jezus, kom in mij, leg er Uw hoofd te rusten, kom, mijn ziel is klaar om U te ontvangen. Mijn veelgeliefde Heiland, rust in mijn hart, het behoort aan U.
 
Herinner U dat U opstijgend naar de Vader ons niet als wezen wou achterlaten. In de eucharistie heeft U zich tot gevangene gemaakt op aarde en Uw goddelijke stralen omsluierd. Maar die sluier is lichtend en helder. U bent het levende brood van het geloof, ons hemels Voedsel, O geheim van liefde! “Mijn brood van elke dag”, Jezus, dat bent U! U wil mij laten zien hoeveel U van mij houdt doordat U in mijn hart komt wonen. O Brood van deze ballingschap! Heilige en goddelijke Hostie, het is niet meer ik die leef, maar ik leef van Uw leven. De gouden ciborie die U boven alles verkiest, Jezus, dat ben ik.

 


 

Het gedicht van Titus Brandsma (12 febr 1942)

 
O Jezus als ik U aanschouw, dan leeft weer dat ik van U hou, en dat Uw hart mij bemint, als Uw bijzondere vriend. Al vraagt mij dat meer lijdensmoed, och, alle lijden is mij goed, omdat ik daardoor U gelijk, en dit de weg is naar Uw rijk. Ik ben gelukkig in mijn leed, omdat ik het geen leed meer weet, maar het uitverkorenst lot, dat mij verenigt met U, o God. O laat mij hier maar stil alleen, het kil en koud zijn om mij heen, en laat geen mensen bij mij toe, het alleen zijn word ik hier niet moe. Want Gij, o Jezus, zijt bij mij, ik was U nimmer zo nabij. Blijf bij mij, O Jezus zoet, Uw bijzijn maakt voor mij alles goed.

 
 

 

DE BLIJDE GEHEIMEN

1ste blijde geheim: de engel Gabriël bracht de boodschap aan Maria:  God wil in haar mens worden om ons allen te verlossen. Zij vraagt: ‘hoe zal dit geschieden?’ Zij verneemt dat de heilige Geest over Haar zal komen en dat voor God niets onmogelijk is. Zij geeft Haar ‘ja’: ‘Mij geschiede naar uw woord.’ Om met Zijn Geest in ons werkzaam te zijn vraagt God ook ons ‘ja’. Moge Maria ons helpen dit ‘ja’ aan God te schenken opdat Zijn wil mag geschieden in ons en in allen.
 
2de blijde geheim: Maria bezoekt haar nicht Elisabeth: Haar kind springt vol vreugde op in haar schoot. Elisabeth zegent Maria, Maria zingt haar Magnificat. God schenkt mensen aan elkaar om zich begenadigd en uitverkoren te weten en zich te laten bevestigen in wat Hij geeft.
Moge Maria ook ons bezoeken en ons bekwaam maken voor een zending in dienst van Haar Zoon.

 
3de blijde geheim: Jezus wordt geboren in Bethlehem: Er was geen plaats voor Hem in de herberg. Hij kwam in het Zijne maar de zijnen aanvaardden Hem niet. Alleen eenvoudige herders en wijzen uit het Oosten komen hun Redder aanbidden. Zalig de armen van geest, zalig de zuiveren van hart, zij zullen God mogen ontmoeten in het concrete van hun leven. Moge Maria ons helpen de weg van de zaligsprekingen te gaan.
 
4de blijde geheim: Jezus wordt opgedragen in de tempel:  Hij is licht en heerlijkheid, maar ook teken van tegenspraak. God openbaart zijn geheimen aan de eenvoudigen en de kleinen. Vragen wij met Maria om de genade van het gegeven zijn, het toegewijd zijn aan de Heer, arm, zuiver en beschikbaar.
 
5de blijde geheim: Jezus wordt teruggevonden in de tempel:  Maria en Jozef hebben met pijn hun kind gezocht. Jezus zei: ‘Wist je niet, dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’ Bidden wij met Maria voor ouders die bezorgd zijn over het lot van hun kinderen. Dat zij hun kinderen in de handen van de Vader kunnen leggen.

 

Karmelitaanse gebedsavond op donderdag 7 maart

 

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven